24 mei 2013
Science Doc Fest, Leiden

Filmvertoning Geluiden voor Mazin met aansluitend gesprek over dovencultuur, gebarentaal en de invloed van nieuwe technologie op identiteit

Op 24 mei werd de korte Nederlandse documentaire Geluiden voor Mazin vertoond. Deze film was een onderdeel van Science Doc Fest, een mini documentairefestival dat draait om wetenschap en nieuwe technologische ontwikkelingen. De locatie was Raamsteeg2, een nieuw Leids podium voor publieksactiviteiten op het gebied van kunst en wetenschap.
Geluiden voor Mazin gaat over het dove jongetje Mazin. Hij krijgt een cochleair implantaat (CI), en kan daardoor weer deels horen. Zijn familie is daar erg blij mee, maar zijn vriendinnetje Katheline niet. Zij is bang dat Mazin niks meer te maken wil hebben met dove kinderen zonder CI, en dus ook niet meer met haar wil spelen.

Aansluitend op de film ging presentatrice Audrie van Veen, zelf kind van een dove moeder, in gesprek met een aantal gasten over de invloed van het CI op de dovencultuur.
Gasten:
- prof. dr. Martine Coene: linguist, expert in taalontwikkeling dove kinderen met CI
- Debbie van den Bosch: logopedist voor CI-kinderen
- Annieck van den Broek: onderzoeker Lectoraat Dovenstudies, HU
- dr. Maartje Kouwenber: psycholoog; gepromoveerd op sociaal-emotionele ontwikkeling bij CI-kinderen

Binnen de dovengemeenschap bestaan verschillende meningen over wat het CI betekent voor doven. Sommigen mensen zien het als vooruitgang, en zijn blij dat zijzelf of hun kind nu eindelijk (ook) onderdeel van de horende wereld kan zijn. Anderen twijfelen, omdat ze niet zeker weten of de gevolgen van het CI, zoals het verdwijnen van gebarentaal, niet op langere termijn een groot verlies zullen zijn. Weer anderen kiezen er doelbewust voor om geen CI te nemen, omdat ze doof zijn niet als een handicap ervaren.
Voor het publiek dat onbekend is met wat een CI is, werden eerst de feiten toegelicht. Wat is een CI? Hoe werkt het? Wat horen mensen met een CI eigenlijk? Aan de hand van een aantal stellingen ging Audrie vervolgens met de gasten en het publiek in gesprek. Moeten dove kinderen om natuurlijk te kunnen communiceren ook gebarentaal leren? Is een CI niet eigenlijk een ‘technological fix’ van iets dat door dove mensen helemaal niet als probleem wordt gezien? Wat betekent het voor de dovengemeenschap als de ene helft van de mensen een CI heeft en de andere niet?

Dit debat werd georganiseerd door Raamsteeg2 in samenwerking met het Instituut voor Gebaren, Taal en Dovenstudies van de Hogeschool Utrecht.

Bron: www.educatie.onderzoek.hu.nl