12, 19 en 26 november 2015
Lezingenreeks Kind, Taal & Gehoor 2015, Vrije Universiteit Amsterdam


Lezingenreeks Kind Taal en Gehoor 2015.jpgDe cursus Kind, Taal & Gehoor 2015 actualiseert en vergroot uw kennis op het gebied van de taalontwikkeling bij kinderen met gehoorproblemen. In deze reeks lezingen gaan ervaren audiologen, KNO artsen, klinisch linguïsten, logopedisten en onderzoekers in op actuele en relevante thema's binnen het audiologische vakgebied.

Dit jaar wordt specifiek ingegaan op diagnostiek en behandeling van complexe stoornissen, evidence-based practice, en het slechthorende kind in een horende maatschappij met aandacht voor passend onderwijs. De cursus Kind, Taal en Gehoor wordt jaarlijks georganiseerd in een samenwerkingsverband tussen VU, VUMC en het Language & Hearing Center Amsterdam.

Doelgroep
De cursus is relevant voor professionals die werkzaam zijn in het veld van de audiologie en/of logopedie. Dit kunnen audiologen en logopedisten zijn, maar ook (klinisch) linguïsten, spraak- en taalpathologen, psychologen of pedagogen die werken met dove en slechthorende kinderen. Voor deelname aan de cursus wordt basiskennis in de audiologie vereist.

Kosten en accreditatiepunten
Voor de cursus is accreditatie aangevraagd bij de NVLF en NVKF. Kosten bedragen voor de gehele cursus €160 (€130 voor NVLF/
NVKF leden). Voor twee van de drie middagen bedragen de kosten €110 (€90 voor NVLF/NVKF leden); een enkele middag kost €60 euro (€50 voor NVLF/NVKF leden).

Locatie
De lezingen worden gehouden in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit (de Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam); lokaal HG11A24 op de 11de etage (A-vleugel).

Inschrijving & informatie
Voor meer informatie over de cursus en om in te schrijven neemt u contact op met de coördinator van de cursus:

Flyer
Download hier de flyer.



Volledig programma academiejaar 2015-2016

12 november (13.30-17.15) - Lezingenmiddag 1

Dr. Patrick Brienesse (Klinisch fysicus audioloog AMC)
13.30-14.30 - Gehoordiagnostiek bij (zeer) jonge kinderen: mogelijkheden en uitdagingen.
  • Sinds de invoering van de neonatale gehoorscreening heeft de vroegdiagnostiek van neonaten en jonge kinderen een prominente plek gekregen in het audiologisch werkveld. Met de brainstem evoked response audiometrie als gouden standaard in de neonatale periode ligt de uitdaging in het verkrijgen van een adequate inschatting van een frequentiespecifieke gehoordrempel. Vanaf circa 7 maanden leeftijd verschuift de onderzoeksmethode naar de Visual Reinforcement Audiometry (VRA). Vanaf twee en een half tot drie jaar kunnen kinderen via spelaudiometrie over het algemeen een goed betrouwbare gehoordrempel aangeven. De vraag is hoe nauwkeurig de eerder genoemde methoden deze gehoordrempel (hebben) kunnen voorspellen.

Dr. Paul Merkus (KNO arts VUMC)
14.45-15.45 - Oto-Audiologische Casuïstiek.
  • In de afgelopen jaren zijn er veel opties gekomen voor slechthorenden, zoals de Bone Conductive Device ( voorheen BAHA), Cochleaire Implantatie en steeds betere hoortoestellen. Toch zijn er situaties waarin het soms lastig is te beslissen wat nu de beste revalidatie zal zijn. Denk hierbij aan chronische looporen, eenzijdige doofheid, brughoektumor of bij kinderen zoiets simpels als Otitis Media met Effusie (OME). In dit college zal casuïstiek langskomen met de verschillende opties en de overwegingen daarbij.

Dr. Joke Geytenbeek (Logopedist/Logopediewetenschapper, VUMC)
16.00-17.00 - Weet je wel wat ik begrijp? Onderzoek van taalbegrip bij niet-sprekende kinderen met ernstige motorische beperkingen.
  • Afhankelijk van de ernst van de motorische beperking, en dus van het fysieke onvermogen zich te uiten, ondervindt tot wel 100% van de kinderen met ernstige cerebrale parese moeilijkheden in de communicatie. De ernst van de communicatieproblemen wordt niet alleen bepaald door het onvermogen zich te uiten maar hangt ook af van het cognitieve niveau van het kind - meer specifiek: van het taalniveau van het kind. Een kind met een hoger taalniveau zal een grotere discrepantie ervaren tussen zijn of haar taalbegrip en zijn (onvermogen tot) taalgebruik dan een kind met een lager niveau. Om een passend zorgplan op te stellen is kennis over het taalniveau van een kind dus onontbeerlijk. Afgelopen jaren is forse inspanning verricht om een gestandaardiseerd en genormeerd instrument voor begrip van gesproken taal te ontwikkelen: de C-BiLLT (computer based instrument for low motor language testing).

Aansluitend is er tot 17.15 tijd voor afrondende discussie en vragen.

19 november (15.30-17.15) - Centrale lezing

Prof. dr. Ellen Gerrits (UU, HU)
Evidence-based practice bij gehoor- en taalontwikkelingsstoornissen.
  • In deze lezing wordt ingegaan op de betekenis van evidence-based medicine voor interventies bij kinderen met gehoor- en/of taalontwikkelingsstoornissen. Evidence-based Medicine (EBM) is een vorm van medische besluitvorming die in 1996 door David Sackett en collega’s werd geïntroduceerd en inmiddels een standaard is in de medische praktijk en behandelrichtlijnen. De EBM aanpak werd omarmd door de paramedische disciplines zoals logopedie en fysiotherapie en omgedoopt tot de bredere term evidence-based practice. Hoewel er de laatste jaren een grote vooruitgang is geboekt staat het logopedisch interventie onderzoek nog in de kinderschoenen. Het grote verschil in aantallen klinische studies bij kinderen met een gehoorverlies en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis illustreert de impact van een medische versus paramedische context op de onderbouwing van keuzes in behandeling.

Aansluitend is er tot 17.15 tijd voor afrondende discussie en vragen.

26 november (13.30-17.15) - Lezingenmiddag 2

Martine Coene (Professor VU)
13.30-14.00 - Inleiding op het programma vanmiddag

Stefanie Krijger (PhD-onderzoeker, UZGent)
14.00-14.45 - Schoolse prestaties van vroeg geïmplanteerde adolescenten met een cochleair implantaat.
  • Door vroege gehoorscreening en interventie kunnen steeds meer dove kinderen met een cochleair implantaat (CI) tot een normale spraak – en taalontwikkeling komen. Uit recent onderzoek blijkt dat in Vlaanderen 77 % (Cora, 2014) van deze kinderen doorstromen naar het regulier secundair onderwijs. In deze lezing is het de bedoeling om even stil te staan bij de uitdagingen van een typische klassituatie voor het kind met een CI. Daarnaast wordt op basis van literatuur een overzicht gemaakt van de academische vaardigheden van kinderen met een CI en worden enkele toekomstperspectieven belicht op basis van een uitzonderlijk homogene cohort van vroeg geïmplanteerde adolescenten in België.

Kirsten van den Heuij (PhD-onderzoeker, Hogeschool Rotterdam/VU)
15.00-15.45 - Jongeren met een gehoorbeperking, welkom in het Hoger Onderwijs! Een onderzoek naar de studie- en taalvaardigheden van jongvolwassenen met een gehoorbeperking.
  • In deze presentatie zal de opzet van het onderzoek naar de studie- en taalvaardigheden van jongvolwassenen met een gehoorbeperking worden besproken. Mede door technologische ontwikkelingen op het gebied van cochleaire implantatie en de Wet Passend Onderwijs, stromen steeds meer kinderen in in het regulier onderwijs. Hun goede (talige) ontwikkelingen maken de doorstroom naar en het Hoger Onderwijs mogelijk. In dit onderzoek zullen de mogelijkheden en behoeften van jongeren met een gehoorbeperking in kaart worden gebracht en geanalyseerd, zodat (in de toekomst) hun talenten tot ontplooiing kunnen komen in het Hoger Onderwijs. Daarnaast zal er worden gekeken hoe het Hoger onderwijs zich kan voorbereiden op de komst van deze (nieuwe) groep studenten.

Dr. Theo Goverts (Klinisch fysicus audioloog, VUMC)
16.00-17.00 - Spraakverstaan van kinderen in het basisonderwijs: benadering vanuit perceptie en akoestiek.
  • Goed verstaan van spraak in de schoolsituatie is van groot belang voor de participatie van kinderen. Dit gaat om het volgen van lesstof en het meedoen in interactieve onderwijsvormen, maar ook om goed sociaal meedoen. Voor jonge kinderen komt daar nog bij dat het leren van taal extra eisen stelt aan de kwaliteit van de spraak die binnen komt. Aandachtspunten zijn dat de klassensituatie vaak rumoerig is en dat kinderen juist meer dan volwassenen last hebben van dit stoorgeluid. We bespreken de akoestische omstandigheden in het basisonderwijs aan de hand van metingen die we recent hebben uitgevoerd in 20 klaslokalen en relateren deze uitkomsten aan leeftijds-adequate criteria voor de kwaliteit van de spraak die ontvangen wordt. We kijken ook naar de consequenties voor kinderen die meer spraakinformatie nodig hebben: slechthorende kinderen en kinderen met TOS.

Aansluitend is er tot 17.15 tijd voor afrondende discussie en vragen.