10 november, 24 november en 8 december 2016

Lezingenreeks Kind, Taal & Gehoor 2016, Vrije Universiteit Amsterdam

Cursus Kind Taal en Gehoor 2016.PNGDe cursus Kind, Taal & Gehoor 2016 actualiseert en vergroot uw kennis op het gebied van de taalontwikkeling bij kinderen met gehoorproblemen. In deze reeks lezingen gaan ervaren audiologen, KNO artsen, (klinisch) linguïsten, logopedisten en onderzoekers in op actuele en relevante thema’s rondom diagnostiek en behandeling van taal- en gehoorproblemen bij jonge kinderen. Dit jaar wordt specifiek ingegaan op genetica, diagnostiek en behandeling van problemen met taal en gehoor.

De cursus Kind, Taal en Gehoor wordt jaarlijks georganiseerd door het Language and Hearing Center Amsterdam (LHCA), een interdisciplinaire universitaire werkgroep binnen VU en VUmc.

Doelgroep
De cursus is relevant voor professionals die werkzaam zijn in het veld van de audiologie en/of logopedie. Dit kunnen audiologen en logopedisten zijn, maar ook (klinisch) linguïsten, spraak- en taalpathologen, psychologen of pedagogen.

Voor deelname aan de cursus wordt basiskennis in de audiologie vereist.

Kosten en accreditatiepunten
Accreditatie is aangevraagd bij de NVLF en NVKF. De kosten zijn als volgt:
  • De gehele cursus €160: (€130 voor NVLF/NVKF leden);
  • Twee van de drie middagen: €110 (€90 voor NVLF/NVKF leden);
  • Een enkele middag: €60 (€50 voor NVLF/NVKF leden).

Locatie - GEWIJZIGD!
10 en 24 november: Zaal De MAAS in het VUmc ziekenhuis gebouw
(4e etage ZH4E11; de Boelelaan 1117, 1081 HV Amsterdam);

De Maas is een collegezaal op de 4e etage van het ziekenhuis en is alleen per trap bereikbaar. Voor mobiel minder validen geldt een uitzondering: zij kunnen gebruik maken van de lift naar de docenteningang op de 3e verdieping ZH 3 A 82. Neem hiervoor contact met de portier bij de draaideur van de hoofdingang.

Routebeschrijving

8 december: lokaal HG11A33 VU hoofdgebouw
(A-vleugel etage 11; De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam).

Routebeschrijving auto
Routebeschrijving openbaar vervoer

Inschrijving & informatie
Voor meer informatie over de cursus en om in te schrijven neemt u contact op met de coördinator van de cursus:
Inschrijven voor de lezing op 8 december is niet meer mogelijk, deze is vol.

Flyer
Download hier de flyer.


Volledig programma 2016 inclusief samenvattingen

10 november (13.30-17.15) - Afbakening, definities en comorbiditeit bij problemen in taal en gehoor: TOS en AVP

Drs. Margot Visser-Bochane (Hanzehogeschool Groningen)
Afbakening, definities en signalering van problemen in de spraak- en taalontwikkeling
Spraak- en taalproblemen zijn de meest voorkomende ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen. Toch is er nationaal en internationaal nog geen overeenstemming over de definitie. Kinderen met problemen in de spraak-, taalontwikkeling worden mede hierdoor soms te laat gesignaleerd en verwezen.

In Nederland is een Delphistudie uitgevoerd met als doel om tot consensus te komen over het construct ‘problemen in de spraak-,taalontwikkeling’. Dit construct kan gebruikt worden bij de diagnostiek van kinderen met problemen in de spraak-, taalontwikkeling, bij het afbakenen van groepen voor wetenschappelijk onderzoek en dient als uitgangspunt voor een nieuw signaleringsinstrument. Deze lezing gaat in op het construct spraak-,taalontwikkeling en op het signaleren van problemen bij kinderen in de leeftijd van één tot zes jaar.

Dr. Margreet Luinge (UMC Groningen, Hanzehogeschool Groningen)
Taalontwikkelingsstoornissen, sociale interactie en comorbiditeit
Uit de Nationale Wetenschapsagenda (2015) blijkt dat het onduidelijk is hoe aangeboren en omgevingsfactoren interacteren met het ontstaan van een taalontwikkelingsstoornis (TOS). De vroege ouder-kind interactie kan gezien worden als een belangrijke voorwaarde om te komen tot taalontwikkeling (Kuhl, 2011; De Schuymer, De Groote, Beyerse, Strianod en Roeyersa, 2011). Als we meer weten over de associatie tussen de sociale interactie en taalontwikkeling, kunnen we mogelijk door optimalisatie van de interactie met de omgeving de taalontwikkeling al in een vroeg stadium verbeteren.

Kinderen met TOS laten ook vaak comorbiditeit zien met andere ontwikkelingsproblemen. Kinderen met TOS laten bijvoorbeeld ook stoornissen zien in executieve functies (Victorino and Schwartz, 2015 ). En zo hebben kinderen met luisterproblemen ook problemen met taal (syntaxis, fonologie en woordenschat) en lezen (De Wit et al, 2016). Het is echter niet duidelijk welke gedragskenmerken overlappen tussen kinderen met luisterproblemen en kinderen met TOS. Het doel van deze presentatie is: (1) om de resultaten te presenteren van een cohortstudie naar associatie tussen de sociale interactie en TOS op 2-jarige leeftijd, en (2) om de resultaten van een Delphistudie en een Systematic Review naar de samenhang tussen auditieve verwerking en TOS te bespreken.

Dr. Karin Neijenhuis (Hogeschool Rotterdam)
Luisterprobleem, auditief verwerkingsprobleem, what's in a name?
Door de jaren heen zijn er verschillende labels gebruikt voor hoor- en verstaans-problemen, onverklaarbaar vanuit reguliere audiometrie: King-Kopetzky Syndrome, (Central) Auditory Processing Disorder, Obscure Auditory Disorder, Amblyaudia, Spatial Listening Disorder, etc. Zowel nationaal als internationaal lopen de ontwikkelingen gelijk op; telkens wanneer de wetenschap nieuwe inzichten opdeed, volgde ook een nieuwe definitie en benaming voor deze problematiek.

Deze lezing gaat in op de meningen van (Nederlandse) professionals over deze labels en de diagnostisering bij deze doelgroep en hoe deze meningen de vorming van een Nederlands Position Statement over luisterproblemen beïnvloeden.

24 november (13.30-17.15) - Genetica, diagnostiek en behandeling van problemen met gehoor

Dr. Jiddeke van de Kamp (VUmc, Amsterdam)
Slechthorendheid en genetica
Samenvatting volgt.

Dr. Erik Hensen (VUmc, Amsterdam)
Etiologische diagnostiek bij perceptieve slechthorendheid op de kinderleeftijd
In het VU medisch centrum wordt sinds 2006 gestructureerd onderzoek aangeboden naar de oorzaak van uni- en bilateraal perceptief gehoorverlies op de kinderleeftijd. Dit onderzoek vindt plaats in een multidisciplinair samenwerkingsverband, het Centrum voor Diagnostiek van Slechthorendheid (CDS), van de afdelingen Keel-Neus-Oorheelkunde en Audiologie, Klinische Genetica en Kindergeneeskunde, en op indicatie ook andere specialismen. Het diagnostisch traject omvat lichamelijk onderzoek, audiometrie of BERA, beeldvorming, serologisch en genetisch onderzoek. Het onderzoek vindt plaats volgens een protocol waarbij enerzijds wordt gestreefd naar een zo volledig mogelijk onderzoek, en anderzijds naar een minimale belasting voor ouders en kind en een efficiënt gebruik van middelen.

Ter evaluatie en verbetering van het diagnostische traject van deze kinderen hebben we een retrospectief onderzoek verricht bij alle kinderen (N=425) die door het CDS team zijn gezien sinds 2006. Bij 71% van de kinderen bleek het gehoorverlies bilateraal, bij 29% unilateraal. Bij meer dan 60% van de kinderen kon de oorzaak van het gehoorverlies met zekerheid of grote mate van zekerheid worden vastgesteld. MRI-onderzoek toonde in 34% van de patiënten verklarende afwijkingen, CT-onderzoek in 27%. In totaal is er bij 66% van de kinderen DNA-onderzoek verricht, Bij 25% van deze patiënten werd een genetische diagnose is vastgesteld. Conclusie: met een sequentiële diagnostische benadering kan op dit moment bij 60-65% van de kinderen met een perceptief gehoorverlies de oorzaak van het gehoorverlies vastgesteld worden. Radiologie is het onderzoek waarmee het grootste percentage verklarende afwijkingen wordt gevonden, gevolgd door het genetische onderzoek.

Drs. Elke Huysmans (VUmc, Amsterdam)
Taal leren met een verminderd gehoor: Aandachtspunten voor taaldiagnostiek en –behandeling
Een vroege diagnose en een snelle start met hoortoestellen of een cochleair implantaat zijn van groot belang voor de taalontwikkeling van kinderen met een congenitaal gehoorverlies. Door vroege interventie bij slechthorendheid scoren kinderen nu vaker gemiddeld op taaltests, uiteraard afhankelijk van (onder andere) de ernst van het gehoorverlies en andere factoren die de toegang tot het taalaanbod beïnvloeden. Onderzoeksresultaten suggereren daardoor een normalisatie van de taalontwikkeling bij een deel van de slechthorende kinderen. Maar betekent een gemiddelde score op een gestandaardiseerde taaltest dat de taalontwikkeling van een kind niet beïnvloed wordt door de slechthorendheid? En zijn taaltests gevoelig genoeg om subtiele effecten van aangeboren slechthorendheid op talige vaardigheden in kaart te brengen?

Deze lezing belicht het belang van gerichte diagnostiek van talige vaardigheden bij kinderen met aangeboren slechthorendheid, gevoed door resultaten van een onderzoek naar de talige vermogens van volwassenen die hun taal hebben verworven met een verminderd gehoor. Bepaalde kenmerken van het Nederlands blijken lastig te verwerven met een verminderde auditieve input, wat tot uiting komt in zwakheden in de talige vaardigheden van volwassenen met aangeboren slechthorendheid. De resultaten van het onderzoek bij volwassenen bieden handvatten voor logopedische behandeling van jonge slechthorende kinderen.

8 december (15.30-17.15) - Genetica, diagnostiek en behandeling van problemen met taal en gehoor
VOL - inschrijven is niet meer mogelijk
Prof. dr. Simon Fisher (MPI Nijmegen)
A genetic perspective on speech and language disorders - in het Engels
Researchers are beginning to uncover the neurogenetic pathways implicated in developmental speech and language disorders. The underlying genetic architecture is complex, involving a range of molecular mechanisms. For example, rare disruptions of a regulatory gene known as FOXP2 are sufficient to cause a severe disorder involving childhood apraxia of speech, accompanied by wide-ranging problems with both spoken and written language. By contrast, common genetic risk variants of small effect size in genes like CNTNAP2 are associated with more typical forms of language impairment.

My lecture will begin by laying out some basic principles concerning the nature of genomes, and how they vary from one person to the next. I will explain the way genes are regulated, and how they are able to affect the formation, function, and plasticity of neuronal circuits, before describing how molecular methods can be used to identify genes implicated in speech and language disorders. Crucially, gene discovery is only an initial step on a long road. I will go on to discuss how functional investigations of genes like FOXP2, in humans, animals and cellular models, are unravelling the complicated connections between genes, neurons, brain circuits and language, and increasing our understanding of how these can go awry to cause disorders. Success in this endeavour depends on interdisciplinary research at multiple levels, from determining molecular interactions and functional roles in neural cell-biology all the way through to effects on brain structure and activity.